Leven op het autismespectrum

Depressie en suicide

Geen roze puppywolk

Op een dag bedacht ik me dat ik het thuis leuker moest hebben, omdat ik veel thuis was en omdat ik soms eenzaam was als single. Daarom besloot ik een hondje te nemen. Ik ging boeken lezen, voor- en nadelen bedenken, maar koos uiteindelijk op mijn gevoel dat ik een pup wilde. Geen oudere hond omdat ik dan last zou kunnen krijgen van smetvrees en me mogelijk niet goed zou hechten.

Hoe het begon

Op mijn dertigste verjaardag ging ik na twee maanden zoeken bij een nestje chihuahua’s kijken. Daar werd ik gelijk verliefd op een teefje. Al gauw verzon ik een naam: Josje. Op 5 november, toen ze twaalf weken was, ging ik haar halen. Ik vond het al weken spannend, want ik ben niet zo goed met nieuwe dingen (lang leve autisme). Dan heb ik (faal)angst.

Die angst nam niet af toen Josje er was. Ik was doodsbang om iets verkeerd te doen. Er was veel onduidelijkheid over wat wel en niet te doen en hoe. De ene zegt dat je de tandjes van je hond wel moet poetsen en de ander weer van niet, om maar iets te noemen. Verschillende mensen gaven goedbedoeld advies, maar ik raakte er van in de war.

Ik heb uiteindelijk gekozen om niet naar een reguliere cursus te gaan (vaak stressvol voor dieren en meer gericht op mensen dan op diervriendelijkheid) en heb gekozen voor thuisbegeleiding door Sarah Pesie die werkt met een nieuwere methode (toegepaste zoöantropologie van Learning Animals).

Ik leerde veel, maar bleef bang

Bang dat Josje mij niet leuk vond. Ze kon het me niet zeggen immers. Ik moest hondentaal leren. Ik kreeg daarnaast opdringerige nare gedachten (intrusies) over wat er voor ongelukken konden gebeuren. Wat als ik hete thee over haar liet vallen? Wat als ik haar liet vallen op de trap? Dit ging maar door.

Rondom het zindelijk maken had ik veel dwang, want ik voelde geen controle. Josje is geen robotje die plast op commando. Ongelukjes binnen gaven me de angst dat ze het voortaan ‘altijd’ binnen zou doen. Als ze buiten niet plaste of poepte, huilde ik of implodeerde van woede. Dan was ik onzeker over wanneer ze dan weer wel moest en raakte mijn planning in de war.

De voortdurende verantwoordelijkheid over een levend wezen drukte zwaar op me. Ik voelde me gevangen en vond het moeilijk om haar alleen te laten. Ik dacht steeds aan haar buiten de deur en rende letterlijk naar huis om snel bij Josje te zijn. Haar meenemen viel me ook zwaar, want dat was multitasken. Thuis kreeg ik er allerlei prikkels bij, zoals haar speeltjes, gelik aan mijn handen of geblaf.

puppy
puppyogen

Ik was na een maand uitgeput

Toen raakte ik depressief. Iedere handeling rondom Josje was te veel. Tuigje aan, riem aan, mijn jas aan, sjaal om, sleutel mee, plastic zakje mee, route kiezen, poep oprapen, prullenbak aanraken, poep weggooien, naar binnen, mijn jas uit, haar tuigje en riem af. Het was ook donker in november en december en het regende veel. Ik voelde me een alleenstaande moeder. Het was helemaal niet zoals ik het van tevoren bedacht had. Geen roze wolk.

Het lukte niet meer om naar vrijwilligerswerk te gaan. Geen eetlust, huilbuien. Alles kon me gestolen worden, ook Josje, mijn chinchilla’s en hamster. Ik dacht erover na om Josje weg te doen, maar een beslissing maken is niet handig als je depressief bent. Het zou een faalervaring zijn. Zo zou het voelen. En wat als ik spijt kreeg en nog dieper in de put zakte?

Ik ben toen twee-en-een-halve week bij familie gaan logeren. Dat was met de feestdagen. Daar kwam ik tot rust. Even geen huishouden en sportschool. Ik ging onder de zonnebank, kreeg meer medicatie, had veel sociaal contact met familie en in januari werden de dagen weer langer. Na een maand moe zijn en vervolgens anderhalve maand depressief, zag ik licht aan het einde van de tunnel. Ik ging opgelucht naar huis met Josje en pakte de draad op.

Inmiddels kan ik me geen leven voorstellen zonder Josje

Ze is een verbindende factor tussen mij en andere mensen, ze maakt me aan het lachen met haar koppie, ze leert me in het hier en nu te blijven, ik kom meer buiten, ze geeft me een doel en dagbesteding en ik kan met haar knuffelen. Nog steeds is ze een enorme leerschool. Ze leert me bijvoorbeeld om controle los te laten, haar gewoon te laten ‘zijn’.

Af en toe gaat ze een weekend naar mijn ouders zodat ik even pauze heb. Wat helpt is dat ze al een half jaar is en zindelijk. Nu zit ik niet meer 24-7 te stressen over wanneer ze moet. Ook heb ik met mijn begeleiding afgesproken dat ik na een bepaalde tijd toch naar huis ga, ook als Josje niet geplast en/of gepoept heeft. Ze kan het best even ophouden. Ik ben trots op haar, als ik met haar over straat loop.

Ik heb vooraf trouwens ook nog gekeken naar een hulphond voor autisme. Je hoort daar goede verhalen over, maar het is ontzettend duur. Crowdfunding kan, maar dat is ook stress. Bovendien kan je dan niet zelf je hond kiezen en ik vraag me af of het wel diervriendelijk is. De hond leeft dan helemaal voor de mens, is veel aan het werk. Ik hoop dat Josje zoveel mogelijk hond kan zijn en dat het steeds minder vermoeiend is voor mij.

Heb jij problemen ervaren met het hebben van huisdieren door autisme?

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: