Leven op het autismespectrum

Autismespectrum

Definiëren van autisme is lastig

Hoe moet je autisme definiëren? Tegenwoordig antwoord ik met ‘dat is niet 123 te zeggen‘ als iemand dit aan me vraagt. Want als ik meteen met iets concreets kom, krijg je reacties als ‘dat heb ik ook’ of ik voel me daarna onrustig omdat ik niet volledig ben. Soms antwoord ik met een algemene beschrijving, zoals dat het een andere manier van informatieverwerking is of dat je ‘anders’ bent, maar dat zegt zo weinig. Voor een goed beeld van autisme, heb je echt meer info nodig en daarvoor moet ruimte zijn in een gesprek.

Nature and nurture

Ik zie een autisme-spectrumstoornis (ASS), wat ik voor het gemak afkort met ‘autisme’, als een groot onderdeel van iemand. Eigenlijk een soort tweede persoonlijkheid die invloed heeft op gedachten, gevoelens en gedrag. Kenmerken zijn verschillend per persoon en afhankelijk van iemands intelligentie, persoonlijkheid en omgeving. Als je bijvoorbeeld een lagere intelligentie hebt, zal je over het algemeen minder compenseren en camoufleren. Als je extravert bent, introvert of daarin wisselt, heeft dat natuurlijk ook invloed op de uiting van autisme-kenmerken.

Daarnaast is er de rol van de omgeving. Een steunende, passende directe omgeving bijvoorbeeld, maakt dat iemands autisme minder tot uiting komt. Veel sociale steun, een leuke baan en niet te veel prikkels zorgen bijvoorbeeld voor een gevoel van erbij horen en veiligheid. Het maakt ook verschil in welke cultuur en maatschappij je opgroeit. Nog niet echt een antwoord op de vraag wat autisme precies is..

definiëren

Autisme definiëren of concreet maken?

Autisme is voor mij een extreem gevoelig brein hebben. Dat kan zich uiten in de volgende kenmerken. Ze staan in willekeurige volgorde en zijn niet perse goed of slecht. Ik heb hier ook niet de intentie om volledig te zijn.

  • Heel gevoelig zijn voor prikkels, bijvoorbeeld geluid. Je hebt daar niet alleen last van, maar het belemmert je functioneren behoorlijk.
  • Moeite met overzicht houden omdat je zoveel details waarneemt en omdat je brein snel associeert, waardoor je veel gedachten hebt. Routines en rituelen geven dan rust of voorkomen dat je door de bomen het bos niet meer ziet.
  • Veel leefregels hebben, zonder die aan te passen aan de context. Uitzonderingen geven stress en flexibel zijn is lastig.
  • Je ongemakkelijk voelen in sociaal contact, veel nadenken over het contact, onhandige dingen zeggen, soms te snel rationeel en praktisch reageren, veel voelen maar niet weten hoe te handelen en nog meer.
  • Moeite hebben met de theorie in de praktijk brengen. Denk aan autorijden en stage lopen.
  • Vaak wat achterlopen op leeftijdgenoten omdat je meer tijd nodig hebt voor bijvoorbeeld studie of omdat je emotioneel wat later volwassen bent. Het kan ook lichamelijk zijn, bijvoorbeeld er jong uitzien voor je leeftijd.
  • Hogere kans op angst, depressie, dwang, verslaving, … Veel mensen hebben ook AD(H)D.
  • Volledig willen zijn en niet kunnen omgaan met onduidelijkheid.
  • Fysieke klachten zoals vermoeidheid, spanningsklachten, migraine en een prikkelbare/spastische darm.
  • Meer tijd nodig hebben om te schakelen tussen verschillende bezigheden. Je moet het voorgaande verwerken en je voorbereiden op het volgende.
  • Behoefte hebben aan voorspelbaarheid zodat je je kan voorbereiden op dingen en alvast een plaatje kan vormen in je hoofd.
  • Meer in je hoofd dan in je lijf zitten waardoor je grenzen niet goed waarneemt.

Er zijn ook veel positieve kenmerken of kwaliteiten zoals goed kunnen analyseren, eerlijk, trouw en consequent zijn. En (droge) humor! Bovenstaande zie je vooral de lasten, die er nu eenmaal ook veel zijn. maar bij het definiëren van autisme is het belangrijk om ook te kijken naar wat mensen met autisme bijzonder en gewoon anders maakt.

De meningen verschillen

De meningen lopen uiteen over hoe je autisme moet definiëren. Sommigen noemen het een sociale stoornis, anderen een ontwikkelingsstoornis. Anderen noemen het geen stoornis, maar een andere kijk op de wereld hebben vanwege een ander type brein. Martine Delfos legt in onderstaand filmpje autisme uit als dat het denken zich eerder ontwikkelt dan het sociale gebeuren, maar dat is gelijk ook weer een kenmerk en geen allesomvattende definitie. Een strakke definitie is misschien prettig en overzichtelijk, maar zal niet snel een correct beeld geven, omdat iedereen met autisme zo anders is. Het is niet voor niets een ‘spectrum’.

Ik noem mezelf momenteel een ‘autistisch’, maar meer dan met deze term identificeer ik me met de losse kenmerken en nog meer met mezelf, Mandy. Ik vind het niet vervelend meer als iemand raar opkijkt als ik zeg dat ik autistisch ben of autisme heb, waar ik eerst gelijk onzeker werd over mijn diagnose (die je pas krijgt als je veel kenmerken hebt, die ook veel invloed hebben op je leven).

Wat zeg jij als iemand jou vraagt wat autisme is en mis je nog een belangrijk kenmerk?

  1. Rosanne

    Hey! Ik ben 35 en heb net de diagnose autisme gekregen. Wat me nu al erg helpt, en wat ik hier nog mis, is fladderen! Ik had dat nooit gedaan, maar mijn psycholoog zei dat autisten die niet fladderen (oid) vaker overspannen raken omdat ze hun spanning niet kwijt kunnen. (En ik ben al 2 jaar overspannen) Dus ik ben gaan uitproberen wat bij me past en ik fladder nu elke dag. Ik heb meer energie en zit beter in mijn vel.
    En verder leg ik graag uit dat ik sociale situaties niet goed aanvoel en dus veel moet nadenken, zowel over de inhoud, over de non verbale communicatie als over de (vertrouwens) relatie. Ik kan dat erg goed em daarom merk je het niet aan mij. Maar het kost me bakken met energie en daarom ben ik snel moe en slaap ik veel.

    • Reactie door auteur

      Mandy

      Hoi Rosanne, fladderen kan zeker helpen. Net als wiegen. Er zijn nog veel andere vormen van repeterende bewegingen die fijn zijn. Per persoon weer anders wat rustgevend is.

Geef een reactie