Leven op het autismespectrum

Sociale situaties

Sociaal wenselijk gedrag verminderen

Als kind al was ik vreselijk onzeker. Achteraf gezien denk ik dat dat voor een groot deel komt door autisme en dan vooral het niet weten van autisme. Constant had ik het gevoel anders te zijn en er niet bij te horen. De kleinste afwijzing in contacten, zette zich vast in mij en werd heel groot. Ik kon het niet bij de ander laten.

Omdat ik het allemaal zo graag goed wilde doen, zo graag ‘normaal’ wilde zijn en aardig en leuk en slim gevonden wilde worden, ging ik me afstemmen op de buitenwereld. Zelf vond ik het maar lastig om keuzes te maken en iets te vinden en zeggen. Liever las ik boeken over hoe iets hoorde of keek ik naar anderen wat je moest doen. Mezelf als vertrekpunt nemen zou alleen maar tot blunders of irritatie leiden, dacht ik.

Weinig eigenwaarde en identiteit

Terwijl je ook hoort te leren door dingen te doen en te ervaren. Daarmee ontwikkel je een eigen identiteit. Maar op een gegeven moment kon ik niks anders meer dan rekening houden met wat anderen dachten. Ik onderdrukte wie ik was, schaamde me voor mezelf, wilde niet de gevoelige en dwangmatige Mandy laten zien. Er kwamen onbewust steeds meer negatieve overtuigingen, zoals: ‘ik ben niet goed genoeg.’

Eerst was de onderdrukking van mezelf onbewust, later door therapie bewust. Maar de rationele inzichten maakten niet dat ik vervolgens minder sociaal wenselijk deed. Mijn eigenwaarde liet ik nog steeds afhangen van andermans mening. Nog steeds maak ik me druk over wat anderen van me vinden en ben ik bang om het fout te doen. Dan speel ik het liever op safe en neem ik geen risico.

sociaal wenselijk
Doen dieren sociaal wenselijk?

Voorbeelden

Een voorbeeld van een situatie waarin ik sociaal wenselijk gedrag vertoon. Iemand zeg iets. Ik knik instemmend en zeg iets als ‘ja, inderdaad.’ Na het gesprek denk ik na over wat er gezegd is, iets wat ik na alle gesprekken wel doe. Dat is een manier van het verwerken voor mij. Nu bedenk ik me of voel ik dat ik het helemaal niet met die persoon eens was. Waarom zei ik dan toch ‘ja en amen‘? Ik denk dat ik mezelf in het gesprek geen denkruimte gaf, want dan verdeed ik misschien wel iemands tijd. En stiltes zijn vaak lastig. Achteraf baal ik, want ik heb mezelf niet laten zien en mezelf geen ruimte gegeven in het gesprek. Ook weet de ander nu niet wat ik daadwerkelijk vind.

Een ander voorbeeld. Ik zit in een bijeenkomst met een paar mensen. Er zijn veel externe prikkels (mensen, geluid, licht, temperatuur). Dan zijn er nog alle interne prikkels over wat ik vind, over wat ik wel en niet moet van mezelf (stilzitten, concentreren, …). Ik ben al snel overprikkeld en gespannen. Als ik ga praten, ga ik vast huilen. Als ik wegloop, verstoor ik het overleg. Doordat ik me niet mag uiten van mezelf, krijg ik nog meer spanning. Als het pauze is en mensen weglopen, kan ik me niet meer inhouden en moet ik alsnog huilen.

Functie van sociaal aanpassingsgedrag

Wat er gebeurt in situaties waarin ik me sociaal wenselijk gedraag, is dat ik mijn gedrag afstem op wat ik denk dat gewenst is. Dat is een probleem als ik over mijn grenzen ga, onderdruk wat ik voel en niet uitspreek wat ik denk. Het is angst om er niet bij te horen, angst om een ander te kwetsen, angst om te falen, angst dat anderen me lastig vinden. Sociale angst dus. En onder die angst zit onzekerheid over mezelf.

Dan geven regels houvast. Niet friemelen met je handen, want dat irriteert anderen! Niet vragen of het raam dicht mag, want iemand anders heeft het niet koud. Niet te veel zeggen, want dan trek je te veel aandacht. Wel; gezellig zijn, geïnteresseerd, assertief en … Het komt er op neer dat ik iets ‘moet’ bijdragen, zonder tot last te zijn en ik moet ieders gevoelens besparen.

Waarom minder sociaal wenselijk doen?

Camoufleren is het verschil tussen je gedrag, in een sociale context, met je gevoel. Dat geeft interne spanning en dan gaat de lol er vanaf. Zeker voor mensen met autisme vergt dit veel denkwerk en dus energie. Daarom probeer ik steeds vaker om wel uiting te geven aan wat er bij mij van binnen speelt. Of dat nou positief of negatief is. Of dat nou wel of niet gewenst is.

En dan ervaren dat ik als persoon nog steeds gewenst ben en zo niet, dat mijn leven niet afhangt van wat anderen van me vinden. Het wil ook helemaal niet zeggen dat ik niet wil weten wat anderen vinden, maar ik laat mijn doen en laten er niet meer automatisch van afhangen.

Het past beter bij mijn karakter om open en oprecht te zijn. Dus als ik een grapje niet snap, vraag ik om uitleg in plaats van dat ik doe of ik het snap. En als ik te snel ‘ja‘ zeg, mag ik er op terugkomen. Als ik niks te zeggen heb, mag ik stil zijn. Als ik dorst hebt, mag ik vragen om een kop thee. Ik mag last hebben van prikkels, blunders maken en de tijd nemen om een menig te vormen.

Mogen voelen wat ik voel

In therapie zijn zoveel dingen gezegd, die ik probeerde me eigen te maken. Maar ik voelde niet dat ik er toe deed. Het bleef rationeel. Ik heb er tweeëndertig voor moeten worden om mezelf te leren kennen, accepteren en omarmen; zowel mijn positieve persoonlijke eigenschappen en talenten als alles wat ‘afwijkend’ is, lastig en/of vermoeiend; voor mezelf of anderen.

Dit moet ik overigens blijven oefenen, want nog steeds is sociaal wenselijk doen vaak de automatische neiging. Het betekent ook niet dat ik ineens zelfverzekerd ben in contact, maar dat ik onzeker mag zijn. Dat ik er niet over oordeel, maar het er laat zijn. ‘Mezelf’ er laat zijn, zoals ik ben op dat moment. Steeds meer leer ik om vriendelijker te zijn voor mezelf.

Vertoon jij sociaal wenselijk gedrag en hoe ga je daar mee om?

  1. Echt geweldig sterk geschreven en zeer herkenbaar.
    Heb zelf ook autisme (ASS) en ook zeer veel last van onzekerheid en sociaal gewenst gedrag.
    Kan mezelf regelmatig op een totaal verkeerde manier wegcijferen.
    Ook door geen ‘nee’ te durven zeggen en door veel mij te verexcuseren.
    Hiermee zet ik mezelf in een kwetsbare positie en kunnen bepaalde mensen erg over me heen lopen etc.
    In vriendschappen heb ik hierin ook veel problemen ondervonden.
    Ook doordat ik niet tijdig en duidelijk mijn grenzen durfde aan te geven.
    Soms moet je compromissen sluiten, maar anderzijds is het ook weer niet goed om te meegaand te zijn. Daar kan ik ook nog weleens ‘de mist’ mee ingaan.
    Kan me dan zelfs onderdanig opstellen en dat is echt niet goed.
    Wel is er steeds meer het besef en zodoende kan ik steeds meer verbeteringen gaan toepassen in de praktijk.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: