Leven op het autismespectrum

Sociale situaties

Meeleven bij autisme, ach germ

Meeleven kan ik. ‘Zo zielig’ denk ik wekelijks als ik het hok van Muffin verschoon en zijn nestje moet weggooien. Die kleine dwerghamster heeft zo hard gewerkt om het wc-papier in stukjes te bijten. Ik stel mezelf gerust met dat Muffin straks weer dolblij wordt van de nieuwe wc-papiertjes en zich daarna even niet hoeft te vervelen.

Emotie van een ander komt hard binnen

Regelmatig hoor ik mezelf ‘germ‘ zeggen, op zijn Brabants. Dan zie ik bijvoorbeeld iemand huilen, ergens op straat, en dat komt dan heel hard binnen. Of ik kijk Het is hier autistisch en kan het niet aanzien dat er een muisje wordt gebruikt voor een onderzoek ten behoeve van mensen. Of iemand is zo onzeker en ik wil die persoon geruststellen. En dan valt mijn olifantenknuffel op zijn slurf van de bank.

Aan meeleven met een dier of mens heb ik meestal geen gebrek. Vervolgens blijft het gevoel een hele poos hangen en vraag ik me af of ik iets moet doen en wat. Af en toe word ik boos van binnen op iemand die een ander pijn doet, maar dat uit ik niet. Verdriet uit ik ook niet snel. Als ik huil is het eerder een uiting van te veel spanning en overprikkeling.

Meeleven versus inleven

Om je in iemand anders in te leven, moet je weten wat je zelf kan ervaren en het perspectief van de ander kunnen zien. Ik weet niet of inleven er bij mij wezenlijk anders aan toe gaat dan bij een volwassen vrouw die niet op het autismespectrum zit. Ik denk dat ik makkelijker invul voor de ander op basis van hoe ik me zelf zou voelen of wat ik zou denken als ik de ander was

Als iemand emoties toont, ben ik betrokken en zeker niet ongevoelig. Wel blijf ik soms hangen in denken in plaats van dat ik iets doe. Zal ik mijn arm om haar heen slaan of niet? Moet ik advies geven of gewoon luisteren? Hoe lang duurt dit nog? Is dit zorgelijk? Soms doe ik niks omdat ik te lang nadenk en dan heb ik achteraf spijt.

Vaak betrap ik mezelf op een sociaal wenselijk antwoord. Dan vraagt iemand bijvoorbeeld naar mijn menig en zeg wat ik denk dat de ander wil horen. Pas als ik weer alleen ben, weet ik wat ik zelf eigenlijk vind. Daar heb ik meer tijd voor nodig, die ik mezelf nog niet gun tijdens het contact zelf.

Mezelf voorbereiden

Spontaniteit‘ is in mijn hoofd echt al geoefend. Ik kan soms echt wel vrolijk en gezellig zijn hoor, maar ben vaker serieus. Ook kan ik soms te rationeel blijven omdat ik gewoon hardop mee zit te denken. Als ik te veel reageer op ‘wat’ iemand zegt en minder op ‘hoe’ iemand het zegt, kan iemand zich niet gehoord voelen. Ik probeer dus ook te reageren op het non-verbale, maar vind dat lastig. Dat is een soort van open en dus onduidelijke opdracht.

Omdat details voor mij belangrijk zijn en ik voor de ander soms irrelevante vragen stel, kan ik afstandelijk overkomen. Of iemand heeft mij gebeld en ik app: waarom belde je? Dan weet ik of ik terug moet bellen, wanneer en waarom, maar een gezellig appje is het niet. :s

Geruststellen vind ik soms lastig, omdat je dan dingen moet zeggen waarvan je niet weet of het klopt, zoals: het komt goed. Standaard zinnetjes kloppen dan niet letterlijk, dus probeer ik iets te verzinnen dat troostend is en realistisch.

Mensen weten dat ik er ben wanneer nodig en dat ze alles tegen me kunnen zeggen. Ik oordeel niet, luister en denk mee. Ik vind niks raar. Om een knuffel zul je moeten vragen, want die geef ik niet uit mezelf. Ik voel zeker wel mee en voel het vaak aan als iemand iets achterhoudt.

Het komt ook voor dat ik geen ruimte of interesse heb voor iemands verhaal. Als het om een vreemde gaat bijvoorbeeld die ineens zijn ei kwijt moet. Of als ik vol zit of geïrriteerd ben. Dan zou ik best wat assertiever willen zijn in plaats van al mijn energie inzetten om toch al mijn empathie-energie in te zetten. Meeleven kost energie die ik niet altijd heb.

Wat is van mij en wat van de ander

Voor mij is het verder ook een kunst om emoties van anderen niet over te nemen. Ik voel me snel verantwoordelijkheid (en schuldig als ik niets doe). Informatie en prikkels verwerken en bedenken hoe ik zal reageren is echter lastig zat, dus daar moet ik me mee bezig houden. Bij mezelf blijven is ook eerlijker naar een ander toe.

Door de gevoeligheid voor prikkels en omdat sociaal contact veel energie kost, moet ik erg bewust mijn afspraken plannen en vooral veel alleen zijn. Dus niet omdat ik a-sociaal en ongevoelig ben voor alles wat er om me heen gebeurd, maar omdat ik anders gevoelig ben. Van alleen maar alleen zijn, word ik ook echt niet gelukkig.

Maar ik heb veel rust nodig. Hoe onrustiger het is in mijn hoofd of als ik zelf emoties heb, hoe meer energie het me kost om me in een ander in te leven. Hoe rustiger ik ben, hoe warmer en oprechter ik kan zijn naar anderen toe. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit, toch?

P.s.: @zusje, toen we klein waren, vroeg je waarom ik niet huilde toen we onze hamster Pinkeltje lieten inslapen bij de dierenarts. Vanwege een trage informatieverwerking komt nu het antwoord: ik denk dat ik zo bezig was met de omgeving en wat er gebeurde, dat later pas het verdriet kwam.

Kan jij je goed inleven en/of meeleven?

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: